Voorbeelden van het gebruik van Gestolen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Gestolen dingen?
Je zei dat de hoed werd gestolen uit het clubhuis.
had ik het niet gestolen.
Die van E-Ray is gestolen.
Ze hebben zijn bijdrage en waarde gestolen.
Zeven auto's gestolen in twee weken.
Eeuwen geleden gestolen door kruisvaarders.
Als je dit heerlijke gestolen snoep eet. Doe ik niet.
Ze heeft iets van me gestolen.
Maar ik heb de gestolen hoorns niet teruggehangen.
M'n handen. Ze hebben m'n handen gestolen.
En de eigendommen die ze van het Gemenebest hebben gestolen.
Dus heb ik ze gestolen.
Gestolen wapens, Tony? Wat? Nee, Jeanne, dat is niet?
Gestolen geld. De ''akelige waarheid.
Gestolen bij de fabriek hier verderop.
Breng die gestolen kar weg.
Die heb ik 's nachts uit de steengroeve gestolen.
Maar nu vergeet je de gestolen boeken.
Ik heb je spullen niet gestolen.