Voorbeelden van het gebruik van Gaf het in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
U gaf het door aan allebei uw kinderen.
Hij gaf het aan een vriendin van me, iemand die me dierbaar is.
Ik gaf het aan hem. En het schilderij?
Wat gaf het weg?
Ik gaf het niet zomaar weg hoor.
Jij tekende het en gaf het aan Fred Tavish.
Hij gaf het me toen we tater totcho's aten bij Ruby Tuesday's.
En Quince gaf het aan Deb en Deb is dood.
Dezelfde droom, maar niemand gaf het aan mij.
Je gaf het aan die verachtelijke, martelende racist.
Ik gaf het aan haar voor onze 25e huwelijksverjaardag.
Jij gaf het me.
Tully gaf het ons vorig jaar voor onze trouwdag.
Ik gaf het aan de FBI. Wat?
Zijn tante overleed en gaf het aan hem.
Mijn moeder gaf het aan mij.
Je gaf het je dochter.
Maar bovenal gaf het mijn familie hoop.
Je gaf het niet terug aan de bankslachtoffers.
Mijn grootvader gaf het mij.