Voorbeelden van het gebruik van Gaf het in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
En ik gaf het aan Reiden.
Wie gaf het aan jou?
Oom George gaf het me, net voordat hij stierf.
Een bijzonder iemand gaf het me.
Ik gaf het aan hem in zijn garage.
Zij gaf het aan Belle.
Ik gaf het aan Shaggy en Scooby.
Charlie gaf het aan mijn partners.
Ze gaf het aan mij op mijn negende verjaardag.
Nee, sorry, mijn oma gaf het aan mij.
Ik gaf het aan jou.- Nee!
Ik maakte het maandverband en gaf het aan Shanti-- zo heet mijn vrouw.
Nee, Caleb gaf het aan hem.
Jawel, uw chequeboekje. Een klant gaf het aan me.
Nou, mijn oma gaf het aan mij.
Ik gaf het aan haar voor onze 25e huwelijksverjaardag.
Misschien schreef hij het wachtwoord op of gaf het aan haar.
Ik kreeg het goud, gaf het aan Heinz, ik had het vlaggen.
Nee, Tom Cruise gaf het aan hem.
Ik gaf het als geschenk, ze vond het prachtig.