Voorbeelden van het gebruik van Gewoon werk in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het is voor hen gewoon werk.
Het is gewoon werk.
Het is gewoon werk.
Ja, klopt.- Het is gewoon werk.
Al het andere was gewoon werk.
Doe maar rustig, het is gewoon werk.
Maar het is gewoon werk.
Je snapt toch wel dat het gewoon werk was?
Gewoon werk.
God is met ons. Gewoon werk.
Het is toch gewoon werk?
Nee, gewoon werk.
Niets, gewoon werk.
Ja, gewoon werk.
Dat is het verschil tussen gewoon werk en devotionele dienst.
Ze kunnen denken Wat is het verschil tussen devotionele dienst en gewoon werk?
Heb je geen gewoon werk?
Ik heb gewoon werk nodig.
Mensen namen gewoon werk als het hunne te doen.
Het is gewoon werk. Wat?