Voorbeelden van het gebruik van Gisteren in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je hebt gisteren m'n leven gered. Tara.
Ze was gisteren mijn stewardess.
Gisteren was een totale verspilling van tijd.
Daarom die ontmoeting gisteren zij moest je die stick overhandigen.
Die van gisteren was lerares.
Gisteren in de witte kamer.
Gisteren zat hij met zijn helm op in de kast.
Ik was gisteren bij de Stackhouses.
Ik zag je gisteren, Jason Stackhouse.
Ze zat gisteren in de isoleercel.
Gisteren gesloten op 32 zonder winst.
Gisteren begon net
Die vent van gisteren wil weer vechten,
Waar? Gisteren, in de koffiezaak op de hoek?
Goeie wedstrijd gisteren, lekkere memmen,
Gisteren heb je Lisa naar het hotel gebracht. Hallo?
Sylvie toonde gisteren wat vertrouwen in me.
Er is gisteren bij me ingebroken.
Tijdens het ritje gisteren zei ze iets wat me deed denken.
Gisteren is onze stemming zeer goed verlopen.