Voorbeelden van het gebruik van Groot man in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dan bent u een groot man.
David Pilcher is een groot man.
Mijn echtgenoot was een groot man.
Hij was een groot man.
Wat zul je een groot man worden.
M'n vader was een groot man.
Je bent een groot man, Sir Lionel.
Een groot man is overleden.
Hij was een groot man.
Hij was een groot man.
Die Simonson was een groot man.
Jeff? Je bent een groot man.
Hij is 'n groot man.
Ms Dozerman, uw man was een groot man.
Hij… is een groot man.
Is een groot man.
Je vader is een groot man.
Jij bent een… Jij bent een groot man.
En u bent een groot man.
Hij was zo'n groot man.