Voorbeelden van het gebruik van Haar vasthouden in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Laat Jakob haar vasthouden.
Je moet haar vasthouden.
Ik wil haar vasthouden.
Laat mij haar vasthouden.
Zijn haar vasthouden.
Mag ik haar vasthouden?
Mag ik haar vasthouden?
Wil je haar vasthouden?
Mag ik haar vasthouden?
Wil je haar vasthouden?
Ik moet haar vasthouden en zoenen en zeggen hoe gelukkig ik ben.
Haar vasthouden was als de Zon voelen van beide kanten.
Wil je haar vasthouden?
Wilt u haar vasthouden?
Wil je haar vasthouden?
Kan ik haar vasthouden?
Wil je haar vasthouden?
Wil je haar vasthouden?- Ja?
Laat hem haar vasthouden en niet uit het oog verliezen.
Mag ik haar vasthouden?