Voorbeelden van het gebruik van Het gepakt in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Iemand moet het gepakt hebben.
Dat is waar, hij heeft het gepakt.
Hij moet het gepakt hebben.
Wie kan het gepakt hebben?
Jij hebt het gepakt, of niet?
Iemand heeft het gepakt.
Je hebt het niet gepakt.
Je hebt het gepakt.
Heb jij het gepakt?
Iemand moet het gepakt hebben!
Heb jij het gepakt of heeft ze het aan je gegeven?
Ik heb het gepakt voor ik mijn tanden ging poetsen.
Hij heeft het niet gepakt.
Ik heb het daar gepakt.
Als ik het niet gepakt had, had een ander het gedaan.
Hij zal het gepakt hebben toen hij 'm opende.
Dus heb ik het gepakt.- Ik was heel duidelijk.
Hij moet het gepakt hebben.
Ik heb het niet gepakt.
Wie heeft het gepakt?