Voorbeelden van het gebruik van Het huis in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij heeft net het Marrowbone huis verlaten.
Want dat elfje dat door het huis danste, had een goede coördinatie.
Het huis van Nicolaas Schout raakte in brand.
Ik kan zelfs het netwerk van Het Blauwe Huis hacken als ik dat wil.
We zijn in het huis van de Heer.
Wat er ook gebeurt, het huis is ons ultieme veilige haven.
Waarom verkocht pa het huis aan de Muraro's?
In het huis van mijn echtgenoot?
Het huis van de Parkers.
Toen de kolonisten in Sinola het 1ste huis bouwden, vroegen ze toestemming.
Ik ben raadsheer van het huis Iyi, Kageyu Saito.
En bij het huis Ögödei, ik zal uw tumens leiden.
Is dit het huis van de burgemeester?
Het huis is brandschoon. Schoonouders?-Ja.
Ik stuur een eenheid naar het huis van zijn moeder.
Kinderen kunnen het huis net zo goed platbranden.
Het hele huis is uitgekamd?
In die nacht is er wat gebeurd bij het huis van Taner.
Ziehier het huis van de toekomst.