Voorbeelden van het gebruik van Het regelen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik zal het regelen.
De medewerkers bij de 24-uursreceptie helpen u graag met het regelen van een taxi.
Thomas, ik ga het regelen.
Laat mij het regelen.
Ik kan het regelen.
Stitch, ik ga het regelen.
Hij is vast nog wat details aan het regelen.
Kan je het regelen?
Ik zal het regelen.
maar ik ga het regelen. Kleine dingen.
Ja. Ik ga het regelen.
Kun jij het regelen?
Ik zal het regelen.
We zijn… je vrijgezellenfeest aan het regelen.
Luister, zodra we binnen zijn laat je mij het regelen.
Kan je het regelen?
Ga zitten, adem diep in… en laat mama het regelen zoals ze het altijd doet.
Dat zou het regelen.
Dat je partner je lichaam in de ochtend vindt. Ik kan het regelen.