Voorbeelden van het gebruik van Hopeloos in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dit is hopeloos.
Steve is hopeloos.
Het is hopeloos.
Grace, ik voelde me hopeloos.
Ik ben hopeloos.
Dit is hopeloos.
Als ze hopeloos is.
hun toestand nog niet hopeloos.
Jouw zaak klinkt hopeloos.
Ze zijn hopeloos.
Dit is hopeloos.
Hij is hopeloos.
Je broer? Je bent geen hopeloos geval omdat er van je gehouden werd.
En daarom voelde hij zich hopeloos.
Ze zei,'mijn leven is hopeloos.
Jouw zaak lijkt me hopeloos.
Naar een vrijgezellenbar gaan met je collega op Valentijn is hopeloos.
Na een tijdje, voelde ik me kapot, hopeloos, hulpeloos.
Je bent hopeloos.
Jij bent geen hopeloos geval, Ric.