Voorbeelden van het gebruik van Humeur in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij heeft een slecht humeur vandaag.
altijd in een goed humeur.
Beak Seung Jo, je humeur… Ik ben er achter gekomen hoe moe je daarvan word.
Hangt af van mijn humeur en wat ik aan het doen ben.
Over je humeur en arrogantie.
Hij heeft door mij zo'n slecht humeur.
Bij het haar verven is hij in 'n goed humeur.
Humeur, persoonlijke conflicten?
Humeur. More wist veel over de sterren en hoe ze invloed hadden op ons.
Dat heeft mijn humeur verpest.-Dag.
Volgens Polly is dit beter voor mijn humeur.
Is goed tegen een slecht humeur.
Die dag was Jet in een goed humeur.
Zijn humeur. Weet je.
Ze heeft hysterische huilbuien en een onvoorspelbaar humeur.
Vaak geven ze de indruk van arrogantie en slecht humeur.
Ik ben in een goed humeur.
Sorry, hij heeft een slecht humeur vandaag. Niet voor hem.
Iedereen is in een goed humeur.
Slecht humeur. Al sinds ik kind was ging ik zo om met donkere dagen.