Voorbeelden van het gebruik van Ik moet vaker in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik moet vaker naar hem luisteren.
Ik moet vaker naar je luisteren.
Ik moet vaker klagen.
Ik moet vaker sieraden kopen.
Ik moet vaker knuffelen.
Ik moet vaker jarig zijn.
Ik moet vaker bij de telefoon.
Ik moet vaker met je praten.
Ik moet vaker gevangen worden.
Ik moet vaak aan hem denken.
Ik moet vaak reizen.
Ik moet vaak alleen dineren.
Ik moest vaak ontslag nemen… ik werd gepest op het werk.
Dat was Ojai. Ik moest vaak opgevrolijkt worden.
Ik moest vaak aan jou denken, als ik Hannah met ze samen zag.
Dus ik moest vaak mijn eigen ouder zijn.
Mijn moeder en ik moesten vaak verhuizen.
Twee keer. Maar ik moest vaak stoppen om te plassen.
Ik moet vaak de snelweg verlaten om naar andere wegen te zoeken die me thuis zullen brengen.