Voorbeelden van het gebruik van Je dingen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Nu je wakker bent, doe je dingen die je nooit eerder hebt gedaan.
Als je dingen doet die ze niet begrijpen.
Ik vind het fijn, als je dingen zegt, zonder ze echt te zeggen.
Misschien heb je dingen gehoord die je eerder niet relevant vond.
Ik zal je dingen laten zien.
Sinds wanneer verstop je dingen voor me?
Soms moet je dingen doen die je niet leuk vindt.
Mag je dingen mee naar binnen en buiten nemen?
Misschien kun je dingen doen die hij leuk vindt
Het windt me op. Ik hou ervan hoe je dingen aanpakt.
Ik kan je dingen vertellen.
Het laat je dingen zien.
Hoe voorspel je dingen, mama?
Soms moet je dingen doen die je liever niet doet.
Voel je dingen die je niet wilt voelen?
Dwingt ze je dingen te eten die je niet lust?
Als jou dode mammie je dingen leert, kan je haar dan zien?
Ik wil je dingen laten zien.
Het laat je dingen doen.
Wacht. Waarom verplaats je dingen zo agressief? Wat?