Voorbeelden van het gebruik van Lintje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zijn dit de winnaars van een blauw lintje?
Ik wil geen lintje.
Padvinders laten een lintje niet zo makkelijk lopen.
Bedrijven doen er een lintje om en verkopen het online.
Nu wil Teegarden dat ze 'n lintje krijgt, dus dat krijgt ze wel.
Het is maar een lintje.
Geef die vrouw een lintje.
Die jongen verdient 'n lintje.
Ik… had een lintje.
Wil je nou een lintje?
Ik draag ze allemaal voor voor een lintje.
Hij heeft er een lintje mee gewonnen.
Won u ook een lintje?
Heb je een lintje verdiend?
Ik praat tegen een lintje.
Ze is een lintje vergeten.
Je verdient 'n lintje.
Ik ga u voordragen voor een lintje.
Ik heb hem laten kiezen: Nu de kogel of een lintje na de oorlog.
Draag tenminste je lintje.