Voorbeelden van het gebruik van Man weet in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Deze man weet precies wat ik bedoel.
M'n man weet het nog niet.
Wat? En je man weet waar hij is.
Je man weet hoe het zit.
Deze man weet heel veel van de machine.
Ik moest wel. M'n man weet alles.
Maar een wijs man weet dat schijn kan bedriegen.
U moet me iets vertellen dat alleen u en uw man weet.
Ik wou alleen weten wat jij over deze man weet.
De man weet niet eens
Een man weet nooit waar hij z'n geluk zal tegenkomen.
Maar mijn man weet vast wel wat ie doet.
De man weet niets van het bouwen van een huis.
Man weet niet waar te gaan.
Mijn man weet dat ik mijn eigen keuzes maak.
De man weet wat hij wil.
Een man weet dat. En ik had zelfs een naam.
Maar deze man weet dat niet.
M'n man weet niet waar ik ben.
M'n man weet niet waarom ik hem afwijs.