Voorbeelden van het gebruik van Moet sneller in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je moet sneller gaan.
Ik moet sneller zijn.
Het moet sneller.
Je moet sneller zijn.
Ze moet sneller zijn.
Je moet sneller rijden.
Je moet sneller bespeuren waar het gevaar is.
Ik moet sneller worden.
Je moet sneller zijn.
Je moet sneller worden.
Het moet sneller.
Je moet sneller lopen, Beer, niet langzamer! Je hand!
Het moet sneller.
Sneller, het moet sneller.
Je moet sneller rijden.
En je moet sneller knopen doorhakken.
Als het klaar is, maar het moet sneller zijn dan een week.
Je moet sneller zijn.
Nee, je moet sneller tekenen, Ik ben net zo lekker bezig.
Vick, gaat het nog? Het moet sneller.