Voorbeelden van het gebruik van Neem er in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Neem er één.
Neem er een, oké?
Neem er maar wat mee.
Neem er allemaal eentje.
Ik neem er twee tegelijk.
Neem er een mee voor je kinderen.
Neem er eentje.
Neem er nu eentje.
Neem er een voor mij.
Neem er een.
Neem er de tijd voor.
Ik neem er een.- Nee.
Neem er twee of drie.
Neem er geen twee.
Neem er een. Pak.
Neem er wat farofa bij.
Neem er nog één.
Neem er maar eentje.
Neem er drie.
Neem er nog eentje.