Voorbeelden van het gebruik van Nog goed in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het is kapot maar nog goed.
Ik zei tegen hem dat hij nog goed werk zou kunnen doen.
De manchetten zijn nog goed.
Die ochtend staat me nog goed bij.
Ik maak 't nog goed met je.
de computerchips zijn nog goed.
Hij is nog goed.
Ja… dat weet ik nog goed.
Ik herinner me dat nog goed.
hij is vast nog goed.
Zit het nog goed met onze afspraak?
Hij maakt het nog goed, het staat allemaal in de brief.
Ze smaken nog goed.
Ik heb het nog goed.
Dat weet ik nog goed.
Je vindt het toch nog goed?
Eén plek is nog goed.
Is je huwelijk nog goed?
Ze zijn vast nog goed.
Ze zijn lang uit de koelkast geweest, maar ze zijn vast nog goed.