Voorbeelden van het gebruik van Nood in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Als mensen in nood zijn, is hij er opeens.
De nood was hoog.
Geen nood, Daniel.
Opvang van schepen in nood in toevluchtsoorden.
Meldde over een familie in nood.
Dame in nood.
De nood om orde in de chaos te scheppen.
Niet nood voor wijzigen ieder pit VirtueMart
Geen nood, ze zijn verzekerd.
Het liefst dokter D', of in nood'dokter Dizzle'… Over mijn naam.
Of zie je iemand in nood en kom je in actie?
Er is geen nood om daar te gaan.
Een bootje in nood.
En nu vind ik mezelf in nood.
Agent in nood.
We hebben nu net nood aan een band tussen vrije markteconomie en kwaliteitswaarborg.
De nood aan een georganiseerde uitdrukking van de revolutionaire beweging.
De nood aan communisme.
Geen nood, vader.
Het is nood, wij zijn gekozen.