Voorbeelden van het gebruik van Ons kind in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ons kind is dood.
Als jij ons kind niet vindt, Ed, dan pleeg ik zelfmoord.
Als jij ons kind niet vindt, Ed, dan pleeg ik zelfmoord.
Dat is ons kind.
Ik bedoel ons kind. Juist, ons kind.
Wat voor normen leren we ons kind als we het kregen door bedrog?
Dat kan ons kind zijn.
Hij heeft ons kind gedood.
Net zoals jij hebt besloten, dat ons kind een meisje is. Hij is een meisje!
We willen alleen ons kind terug.
Ian alsjeblieft. Zij is ons kind.
Mijn doktervriend? Is dit wel echt ons kind?
Hij is ons kind.
In het belang van ons kind, wees alsjeblieft fatsoenlijk.
Zou het eerlijk zijn als we dat ons kind aan zouden doen? Dat is afschuwelijk?
Maar jou, ons kind, wilden we allebei.
Waarom heb je ons kind ontvoerd?!
Terwijl iemand zich voordoet als ons kind?
Ik heb tijd nodig en ons kind ook.
Dat kan ik ons kind niet aandoen.