Voorbeelden van het gebruik van Piekeren in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Goedenavond. Niet piekeren.
Laat mama maar begaan. Niet piekeren.
Niet piekeren over wat er is gebeurd, niet piekeren over wat er gaat gebeuren.
Hou dan op met piekeren.
Hé, stop met piekeren.
Eerst piekeren, dan vechten.
Nee, ik wil niet dat je daarover gaat piekeren.
Stop met piekeren, mijn schat.
Niet meer piekeren, goed?
Altijd maar piekeren over wat jou jaren geleden werd aangedaan.
We piekeren al een half uur.
Dan ga ik maar piekeren en ik ben nog jong.
Wij piekeren ons hier ook helemaal suf. Dat weet ik!
Niet meer piekeren, goed?
Niet zo piekeren. Dank je.
Piekeren over de oorsprong van haar problemen werkt negatief.
Die piekeren over jou.
Arme Angela. Altijd aan het piekeren.
Mam, laat nou maar even. Je moet niet gaan liggen piekeren.
Niet zo piekeren.