Voorbeelden van het gebruik van Snel weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
kunnen we snel weg.
We moeten hier snel weg.
Ik moest snel weg.
We moeten snel weg.
We krijgen ze snel weg.
Je moet ontspannen, we zijn snel weg.
Hopelijk is ze snel weg.
Klote, ik moet hier snel weg.
Jammer dat je al zo snel weg moet!
We kunnen hier snel weg zijn.
Het is niet duur en kan snel weg zijn. Vroeg.
Ik rende snel weg.
Ja. Bracken? We moeten hier snel weg.
Ik mag snel weg.
Ik moet snel weg.
Ze zullen snel weg zijn.
Ik moet snel weg.
Waarom moest je eigenlijk zo snel weg?
Kinderetende spinnen rennen snel weg.
Ja, we moeten hier toch snel weg.