Voorbeelden van het gebruik van Staren in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Naar de regen staren en verdrinken.- Kalkoenen doen dat niet?
Ze staren me allemaal aan.
Waarom staren jullie zo naar me…?
Blijf naar mijn reet staren, dan snij ik jullie strot door.
Hij bleef staren over hem, draaien langzaam achteruit.
Toen zag ik twee rode ogen naar me staren.
Waarom staren jullie zo naar me?
Mensen staren soms.
Natuurlijk staren ze door een verdomde camera in een museum. Toch?
De jongens staren naar hun telefoon met open mond.
Jullie staren de dood in het aangezicht!
Ze bestempelen je, ze staren je aan, ze haten je.
Niet staren. Ik weet dat je vader n alcoholist en 'n hoerenloper is.
Karina reacties, staren vol ontzag.
Zonder zulke boeken zouden ze alleen maar naar onze tieten staren.
Waar staren jullie drieën naar?
Eten? Staren in dat boek. Wat?
Mensen gaan staren.
Je zult begrijpen, dat ik niet de hele dag in haar bedrieglijke gezicht wil staren.
Waarom staren jullie me allemaal aan? Wat?