Voorbeelden van het gebruik van Staren in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ze staren niet naar jullie. Ze volgden ons.
Mensen staren me aan alsof ik.
Ze staren me aan en ik hoor ze wel grapjes maken.
Jonge natte Chow hond die in de afstand op het strand staren.
Het gouden adelaar staren.
En nu staren we verbaasd naar de zee.
Laat hem staren zoveel hij wil.
Blijf naar dat raam staren… tot het raam heel langzaam begint te.
Dat je je hond me aan laat staren, bewijst slechts hoe wanhopig je bent.
En we staren naar elkaar.
Zodat een dronkenlap me niet de hele dag aan kan staren?
Ik zag de mensen staren naar ons.
gewoon naar de maan staren.
Ineens zie ik die gast naar me staan staren.
Vind je het niet erg dat mensen staren?
Vind je het prettig dat ze zo staren?
Merrin, we staren naar elkaar.
Ik hoopte dat na lang genoeg staren… jouw hoofd zou exploderen.
Staren naar Morphling veroorzaakt een weerkaatsing die de aanschouwer imiteert.
Mensen staren niet naar je.