Voorbeelden van het gebruik van Vrouw weet in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Een vrouw weet met wie haar man gerotzooid heeft.
Mijn vrouw weet niets.
M'n vrouw weet niets.
Z'n vrouw weet wat hij wil.
Volgens je vrouw weet jij waar 't kind is.
Ik wil graag horen wat je over mijn vrouw weet.
Die vrouw weet gewoon niet wat ze zegt.
Of mijn vrouw weet dat, moet ik eigenlijk zeggen.
Mijn vrouw weet niet beter.
Een vrouw weet dat.
M'n vrouw weet beter.
Maar een vrouw weet het.
De Vrouw weet alles.
De Vrouw weet alles.
Je vrouw weet ervan.
Een vrouw weet wanneer er iemand achter haar aan zit.
Nee, z'n vrouw weet er alles van.
En mijn vrouw weet niet beter.
Deze vrouw weet welke bedreiging we tegemoet treden
Mijn vrouw weet zelfs niets van je bestaan,