Voorbeelden van het gebruik van Ze dicht in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dwergendeuren zijn onzichtbaar als ze dicht zijn.
Stort ze dicht.
Op maandag zijn ze dicht.
Hou ze dicht.
Daar ging ik altijd overnachten vóór ze dicht gingen.
Maak ze dicht, dek ze toe en breng ze waar ze thuishoren.
Is ze dicht?
Zijn ze dicht? Oké?
Doe je ze dicht?
Sloeg ze dicht?
Doe je ogen dicht en hou ze dicht.-Ja?
Ogen dicht. Hou ze dicht.
De rest van de tijd blijft ze dicht.
Hij doet ze dicht.
Zet ze dicht bij elkaar.
Waren ze dicht?
Zijn ze dicht?
Hou ze dicht tot we binnen zijn.
Maak ze dicht, dek ze toe en breng ze waar ze thuishoren.
En als ze dicht zijn tappen we zelf een boom af.