Voorbeelden van het gebruik van Aarzelend in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Aarzelend zetten de eerste bezoekers hun stoel een beetje terzijde.
is het niet?, vroeg hij aarzelend.
Waarom de medische deskundigen over CBD aarzelend zijn.
Goede hemel!" Aldus de heer Bunting, aarzelend tussen twee verschrikkelijke alternatieven.
Hoe staat het met Khruba Si Wichai?' begon ik aarzelend.
Degenen die zijn besloten en aarzelend.
Er was geen aarzelend doen alsof in zijn religieuze beleving.
Je lijkt aarzelend.
Terwijl we buiten lopen legt Tamer aarzelend zijn arm om Mary's schouder.
Ja, behoorlijk aarzelend.
De markt is aarzelend.
hij was zo aarzelend.
Hij is aarzelend.
Maar… Clay is gewoon… hij is aarzelend.
Ik was wellicht… ietwat aarzelend.
Het lijkt wel eeuwen geleden. U bent zo aarzelend.
Ja, ik ben aarzelend.
Rechercheur Gordon, je lijkt aarzelend.
Je vinger hangt aarzelend boven de groene‘plaats inzet'-knop.
Man is heel aarzelend anderze man weg van God te troosten.