Voorbeelden van het gebruik van Dat had in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dat had ik een paar dagen geleden.
Dat had tijd nodig.
Dat had u mij verteld.
Dat had ik al door na dertig seconden.
Dat had je gisteravond ook aan.
Ja, dat had ik ook al geprobeerd!
Dat had u verwacht, hè?
Cole? Dat had op me kunnen vallen?
Nee, dat had hij goed.
Dat had ik binnen vijf minuten gevonden.
Dat had ik niet gezien.
En dat had ze door.
Kom nou, dat had er niets mee te maken.
Dat had ik een paar dagen geleden.
Dat had, voor de verandering, eens niet te maken met de klimaatverandering.
Dat had ik meteen al door.
Dat had er niks mee te maken.
Dat had je helemaal goed!
Dat had toch niets geholpen?
Niets van dat had iets te maken met wat hij deed.