Voorbeelden van het gebruik van De keer in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De eerste keer kan ongemakkelijk zijn.
De vorige keer was in Australië.
Negen op de tien keer springen ze niet.
dit is de enige keer dat ik.
Ze wint negen van de tien keer.
Louis.- Negen van de tien keer.
Ik wil Dr Murphy de volgende keer zien.
Louis.- Negen van de tien keer.
Dit is voor de volgende keer.
Nee, dit is de achtste keer.
Iedereen denkt dat… De eerste keer. Jammer.
Hoe kreeg je het de vorige keer terug?
Dat zei je de vorige keer. Ja.
Ik heb wat minder goed nieuws dan de vorige keer.
net als de vorige keer.
Geen denken aan. Niet na de laatste keer.
Dus waarom heb je. Ik waarschuw je voor de laatste keer.
Ja, ik heb er een kleinzoon bij sinds de vorige keer.
Ze doet het wel goed voor de eerste keer.
Ze doet het wel goed voor de eerste keer.