Voorbeelden van het gebruik van De slechterik in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik wil de goede, de slechterik en de lelijkerd erop hebben.
Ik wil de slechterik spelen.
Hub houdt de slechterik altijd voor zichzelf.
Nee, de slechterik is die basketballer.
Wanneer jij de slechterik in de show bent.
De slechterik achterna gaan?
De slechterik is dood.
De slechterik is dood, dus.
Dat ik de slechterik ben?
Je zegt niet de slechterik in ander mans leven te willen zijn.
Ik lijk wel de slechterik in een B-film.
Hij is de slechterik, Olivia.
En Moriarty is de grootste slechterik van allemaal.
Mijn moeder is de slechterik en dat weet ik.
Jij bent niet de slechterik, dat weet ik.
Heeft de slechterik je betrapt, Mabel?
Nu ben ik de slechterik. Geweldig. NOOIT!
Jij bent de slechterik.
Het lijkt de slechterik, maar is het niet.