Voorbeelden van het gebruik van Geloven in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je moet iemand geloven, he?
Hoe kan ik geloven dat jij gek bent?
Scooter en ik geloven echt in dit idee.
Je moet alleen in jezelf geloven.
Maar weten en geloven zijn niet helemaal hetzelfde.
Ze geloven je?
Geloven in jezelf is aanstekelijk.
Die geloven dat God bestaat in de diepten van de ruimte.
Alle geloven lijken eerst gek.
U kunt geen woord geloven van wat hij zegt.
Jullie geloven dat ik achterlijk ben?
Maar Emma en ik geloven dat sommigen welwillend zijn.
In het Proces geloven.
Zombies en mensen geloven dat we kunnen samenwerken.
Ik had moeten geloven in wat ik wist.
Diegenen die geloven zijn kostbaar.
Daar geloven zij in.
Je mag geen woord geloven van wat hij zegt.
Hoe kon je me laten geloven dat ik een kind had?
De geloven van iedereen zijn verkeerd…