Voorbeelden van het gebruik van Geloven in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik kan niet geloven dat ze alles hebben meegenomen.
Maar ik wilde niet geloven dat het waar was.
We geloven je over wat er op de Astghik is gebeurd.
We kunnen de kranten niet eens meer geloven.
Ik wil geloven in een"lang en gelukkig.
Maar jullie geloven mij niet.
En nu geloven veel mensen dat hij….
Ik kan niet geloven dat je niet met Brittany danst.
Ik wilde niet geloven dat het waar was.
Jazelfs, de meesten van hen geloven niet.
Met wie? -Met hen die in de ware goden geloven.
We moeten elkaar maar geloven.
Je kan niet geloven dat een man aardig kan zijn.
Nooit geloven wat je op tv ziet.
Geloven jullie me nu? Magnus. Martha!
We geloven niet dat hij het voor het geld doet.
Ik kan niet geloven dat je niets van deze kutia wilt.
Ik wilde het niet geloven, hè?-Ik…?
Maar de mesesten van hen geloven niet.
Dit is precies waar we in geloven.