Voorbeelden van het gebruik van Moet geloven in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En ik moet geloven dat het goed komt.
Ik weet niet meer wie ik moet geloven.
Je moet geloven, jongen!
En u moet geloven… dat ik het hierbij niet laat zitten.
Als jij dat moet geloven… Bekijk het maar. Altijd.
Je kunt net zo goed vragen of je in God moet geloven.
Vega moet geloven dat hij gewonnen heeft.
Ik weet niet of ik je moet geloven.
Iedereen moet geloven dat iedereen alles doet om te mogen aansluiten.
Je moet geloven wat je zegt.
Annette weet niet meer wie ze moet geloven, Vera of Simon.
Sweets zei dat je opnieuw in iets moet geloven.
Niemand kan je vertellen wat je moet geloven.
Ze moet geloven dat je Carlos bent anders doet ze het niet.
Je moet geloven, jongen!
Je moet geloven dat je het kunt.
Nu weet je niet wat je moet geloven.
Dat is net als vragen of je in god moet geloven.
Vertel me waarom ik je moet geloven?