Voorbeelden van het gebruik van Ging zeggen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik hoopte dat je dat ging zeggen.
Ik vroeg me enkel af wanneer je het aan ons ging zeggen.
Je wist niet wat ik ging zeggen.
Ik dacht dat je ging zeggen'twee zielen.
Dat is wat je ging zeggen, toch?
Ik ging zeggen"monsterlijk".
Oké, wat ik ging zeggen was.
Ja, ik hoopte dat je dat ging zeggen.
Het klonk niet alsof je dat ging zeggen.
Dat is niet wat ik ging zeggen.
Je ging zeggen,'met hem.
Ik wist wat je ging zeggen en ik acteer niet.
Ik dacht dat je ging zeggen dat het houtrot had.
Ik wist dat je dat ging zeggen.
Je moet geweten hebben wat ik ging zeggen.
Dat is precies wat ik dacht dat je dat ging zeggen.
Klonk alsof je ging zeggen, Of…" iets slim.
Ik wist wat je ging zeggen.
Ik had een gevoel dat je dat ging zeggen.
Je hebt niet eens gehoord wat ik ging zeggen.