Voorbeelden van het gebruik van Lot in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je hebt een lot uit die machine.
Dat is het lot van de Peter Pan persoonlijkheid.
Je moet een lot kopen om de jackpot te winnen.
Dat is je lot in dit leven.
Woo hwi jij bent mijn lot.
Geloof jij in het lot, Benny?
Hij opgeslagen zijn lot in een kluisje.
Weet je nog dat lot dat ik had?
Het Lot is letterlijk tegen ons.
Het lot van de ontheemde armen.
Het lot van de jongste zoon.
Was gewoon jou geluk, dat het een winnend lot was.
Misschien is hij m'n lot.
In Casablanca ben ik meester van mijn lot.
Ons lot is nu verbonden.
Toen wierp Jozua het lot voor hen te Silo, voor het aangezicht des HEEREN.
Het kopen van een lot uit TheLotter is zeer eenvoudig.
Je hebt een lot uit die machine.
Ons lot is met elkaar vewvikkeld,
Het lot van de Snot is eenzaam.