Voorbeelden van het gebruik van Moest wel in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik moest wel, want ik heb er geen.
Ik moest wel, soms.
Ze moest wel.
Je moest wel, toch?
Dat ijs moest wel heerlijk zijn, hè?
Dat moest wel met esprit gebeuren.
Ik moest wel.
Ik moest wel.
Nou, dat moest wel iets heel bijzonder zijn geweest.
Ze moest wel.
Maar ik moest wel, snap je dat niet?
Maar ik moest wel, voor zijn bestwil.
Want de lading moest wel geheim zijn zodat er niet mee gerommeld kan worden.
Hij moest wel.
Lk moest wel.
Dat moest wel, niet Sonja.
Hij moest wel groen zijn,
Iemand moest wel.
Ik moest wel, Maggie.
Het moest wel.