Voorbeelden van het gebruik van Moest weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Maar ik moest weg omdat jullie het verprutst hebben.
Ik moest weg.
Ze moest weg kunnen gaan.
Tomás? Hij moest weg.
Hij moest weg, maar wij zullen goed voor je zorgen.
Ik moest weg bij die stomme man van me.
Ik moest weg.
Hij moest weg vanwege zijn ogen.
Spencer moest weg.
Het spijt me, ik moest weg.
Mensen op het hof werden achterdochtig, en ze moest weg.
De wekker moest weg.
Ik moest weg.
Ik moest weg.
Pavel moest weg bij Moordzaken.
Hij moest weg, zei hij ruim een week geleden.
Ik moest weg om jullie kansen te geven.
dus ik moest weg.
Het spijt me, maar ze moest weg.
Batwoman daagde op, ik moest weg.