Voorbeelden van het gebruik van Twijfelen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Zodat jij niet meer kan twijfelen over je gevoelens voor Thayer?
Niet twijfelen, Jensen.
Op die manier kan ik gaan twijfelen en het contract tekenen.
Klopt, maar ik ben gaan twijfelen.
Ik zal nooit meer aan uw vermogens twijfelen.
Dan moeten we het nu zeggen. Maar als jullie twijfelen.
Ze twijfelen nooit.
Laat hem twijfelen aan z'n vrouw. Vlei hem.
Roman laat ons twijfelen aan elke beslissing die we nemen.
Absoluut niet, antwoorden Syvonne en Annica zonder twijfelen.
Zijn liefde voor het lab bracht hem nog wel even aan het twijfelen.
Lana… Hij zou nooit twijfelen.
Ik ben de enige die aan je mag twijfelen.
Nu ga ik twijfelen.
We zullen niet twijfelen, begrepen?
Zelfs als we twijfelen en de kerk leeg is.
Maar dat twijfelen aan jezelf… en jullie bezig zien in de studio.
Mijn collega's en ik twijfelen. Centurion.
Ik liet je twijfelen.
Gij doet mij bijna twijfelen in mijn geloof.