Voorbeelden van het gebruik van Wanhopig in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je weet wel, wanhopig alles doen om hem hier te houden.
Soms word je wanhopig van de hedendaagse jeugd.
Ik ben wanhopig.
Hij zou wanhopig zijn om zijn dochters te zien.
Ben je wanhopig, of gewoon lui?
Die ziet de tijd razendsnel voorbij gaan en geraakt hierdoor soms wanhopig.
Ze is te wanhopig, te arm.
Ze werd wanhopig en somber. Haar man verliet haar.
Dat was wanhopig.
Voor Tobey, wanhopig is voorspel.
Waarom? Omdat hij wanhopig was.
De mensen hier zijn wanhopig vanwege de te grote ellende.
Bent u wanhopig of gewoon lui?
Wanhopig, begon ik om door de wildernis te dwalen.
Ik was wanhopig.
Het maakt me gewoon wanhopig.
En ze schreeuwen in stilte wanhopig om u.
Nou ja, ik ben wanhopig.
in een omgeving… die moe en wanhopig is.
Frankrijk was wanhopig.