Voorbeelden van het gebruik van Zwijgen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Mijn zwijgen voor een paar Mollusks.
Intimiderend zwijgen, heel effectief.
Ik kan beter zwijgen voor ik weet wat er zal gebeuren.
Veel slachtoffers van afpersing zwijgen uit angst voor vergelding.
Maar zwijgen, hé. Mmh.
Europa kan niet zwijgen.
Zwijgen en eten.
Ik zal zwijgen over die ruit.
Als ze allebei zwijgen, krijgen ze allebei een jaar.
Ik zou zwijgen als ik iets wist.
Zwijgen is niet je vriend nu, Brigadeführer Fritz.
Dangerboat wou niet zwijgen over wat je zei.
zien, zwijgen.
Abracacurcix laat hem zwijgen.
Ik kan niet blijven zwijgen.
Was altijd zwijgen en trouw.
Als ze allebei zwijgen, krijgen ze allebei een jaar.
We zwijgen niet.
Berispt door de stilte en het doet de blindheid tot zwijgen.
Laat hem zwijgen.