Voorbeelden van het gebruik van De kinderen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De kinderen worden helemaal gek.
Heb je met de andere kinderen gespeeld?
Breng je de kinderen naar school?
Toestemming om te blijven en de kinderen in de gaten te houden?
Alleen de kinderen.
Ze gaan de kinderen vermoorden!
Libby, de kinderen. Ze zijn weg.
Tegenwoordig noemen de kinderen dat knuffelen.
Weet je zeker dat die geest de kinderen iets wil aan doen?
Niet alleen de kinderen, maar al mijn vrienden hier.
De kinderen willen je graag zien.
Ga met de kinderen spelen.
De kinderen konden hun leraar niet verstaan.
Toen u de kinderen verwisselde, wat voelde u toen?
Gaaf, zouden de kinderen tegenwoordig zeggen, nietwaar?
Iemand moet de kinderen hebben ondersteund.
Praat met de kinderen op haar school.
De kinderen hebben geen schoten gehoord, enkel de klap.
Dat kan ik de kinderen niet aandoen.
