Voorbeelden van het gebruik van De weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Als u me de weg kunt wijzen loop ik er heen.
Hij reed over de weg en kwam onder een vrachtwagen terecht.
Ga van de weg af, rotzak!
Ondertussen hadden Tobias en Maeby de weg naar de auditie afgelegd.
Ik zou de weg vinden en dat is 't Westen.
Misschien stond Maeve in de weg van een van haar oude relaties?
Dat is de weg die we moeten volgen.
Soms is geweld de enige weg om mensen te leren dat ze fout bezig zijn.
De weg loopt door Ringgau.
De weg loopt vandaar nog door tot de grens met Bulgarije bij Kardam.
De weg is van asfalt.
De weg heeft een lengte van 261 kilometer.
De weg eindigt ter hoogte van de Hempont.
De weg is 24 kilometer lang.
De weg vormt een verbinding tussen Delfzijl
De weg werd in 1977 geopend.
De weg verandert in een onverharde weg erg snel, per km.
De weg van frère Roger vertrekt vanuit innerlijke verzoening.
De zware weg naar Quito.