Voorbeelden van het gebruik van Weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Je gaat niet weg, want dan krijg je niets!
En als ze beide weg zijn, zullen de vloeken in Haven stoppen.
Zoniet, loop ik weg, en laat ik je alleen met Damien.
Ga weg, ga weg voor het te laat is.
Als m'n broer weg was, gebruikte ik zijn computer.
Toen hij mij zag, hij snel weg.
Ik moet er weg.
maar iedereen komt met iets weg.
We moesten al een uur weg zijn.
Ik maak me zorgen om haar. Ze blijft zo lang weg.
Help me L. Sondheim te vinden, dan mag je weg.
Je hebt je carriere opgegeven voor deze zaak, en nu loop je weg?
dan wil ik hem weg.
Jullie hebben geen vergunning. Jullie moeten hier nu weg.
Hij was er niet en hij was niet weg.
Daarom ga je zeker iedere avond steeds iets eerder weg.
Want als de lading daar vertrekt, gaat hier het geld op weg.
Oké, ik wacht totdat hij weg is.
Heb je spullen voor als je een tijdje weg moet?
Je zegt niks meer tot ik weg ben.