Voorbeelden van het gebruik van Is weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Of hij is weg, of hij is vertrokken!
Hij is weg. Voor altijd uit ons leven.
Hij is weg, maar je hebt hem geraakt.
De server is weg, zij heeft het opgeblazen.
M'n scheermes is weg.
maar het EM-veld is weg.
Hij is weg, Lincoln.
Ze is weg en komt niet terug.
Clay is weg, Trager heeft zijn werk gedaan.
Hij is weg van de club?
Hij is weg. Hij kent het terrein te goed.
Hij is weg, niet dan?
Mijn getuige is weg.
Ik snap het niet, maar hij is weg!
Aiden is weg.
Clay, Ope is weg uit Stockton.
Het is weg, Joe.
Gunner is weg.
De hellehond is weg en wij keken de andere kant op.
Nathan is weg.