Voorbeelden van het gebruik van Erin in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ongeveer vier weken geleden zagen we een cobra erin en uitgaan.
Je bent erin geluisd.
Een negermeisje wil erin.
Wie heeft je erin gehaald?
We worden erin geluisd.
Nee, wij slaagden erin.
Het soort met zaden erin dat je scheidt op een frisbee.
Ze wil Jack erin luizen om Conrads zoon vrij te krijgen?
Het eerst erin, het laatst er uit.
Ze luizen me erin voor Eva Braga's dood.
Ik denk dat hij erin is, Maar ik weet het niet zeker.
Niemand is erin, of eruit gekomen, ze zijn al lang daarbinnen.
U moet erin geloven, dokter.
Ik zit erin.
Dus besloot je haar te doden en haar man erin te luizen.
Hoe heet zo'n ijsthee met vooral bourbon erin?
Ik zat erin.
Hoe kwam je erin?
Het enige water dat ik serveer is met mout en hop erin.
Hoe kwam jij erin?