Voorbeelden van het gebruik van Gerucht in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Het gerucht gaat dat u wilt aftreden?
Dus vertel me elk vreselijk gerucht dat je ooit over dat joch hoorde.
Het gerucht gaat dat Ramirez weer voor Doyle gaat werken.
Gerucht uit Rome. Della Rovere ligt voor.
Wat voor gerucht, Tom?
Het gerucht gaat dat Sheila je vriendin is.
Het gerucht gaat dat je het met een weduwe doet?
Ik heb 'n gerucht over je gehoord. Dat je weet waar Freebo is.
Er is een gerucht over dat Peter vorig jaar met iemand sliep.
Dit laatste gerucht bleek later echter onwaar.
Dat gerucht is verspreid door Allgood van Eugenics.
En het gerucht van Hem ging uit in alle plaatsen des omliggenden lands.
Het gerucht gaatit"she is begonnen bonzen Sean Penn.?
En Zijn gerucht ging terstond uit, in het gehele omliggende land van Galilea.
Zveroboboy populair gerucht schrijft eigenschappen toe die vergelijkbaar zijn met het wondermiddel.
Het bleek dat dit gerucht noch kop noch staart had.
Dat gerucht gaat snel.
Het gerucht wil dat Chelmsford hem als tweede man wil.
Het gerucht is dat hij zelf heeft geschoten.
Dat gerucht is juist.