Voorbeelden van het gebruik van Groepje in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De leider van jullie groepje.
Elke vijf minuten een groepje van zes man.
Met 'n groepje?
Ons broederlijke groepje.
Iedereen van dit groepje.
Jullie zijn een groepje.
Het groepje dappere zielen staat klaar om de Mercedes te bestijgen.
Je begint met een groepje mensen die hun geld willen investeren in een bedrijf.
Tot 125. Ieder neemt een groepje van 10.
LeMond won de sprint van een klein groepje overgebleven renners.
Later stopt dit groepje.
Zeg me of ze bij dat groepje hoorden?
Heb je ooit in een groepje gezeten?
Ik wed op Steven en zijn groepje.
Wel, het is hetzelfde groepje, enkel een nieuwe lijst
M78 is het helderste lid van een groepje nevels in dit gebied dat ook NGC 2064, NGC 2067 en NGC 2071 bevat.
Het is het verhaal van een groepje vrienden die van spel, sport en skiën een levenskunst maken.
Vanuit dit groepje gaat Sylvain Georges er vandoor
luisteren, telkens in een klein groepje.
al meteen omgaat met Lydia haar groepje?