Voorbeelden van het gebruik van Lief kind in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ja, lief kind, maar niet van mij.
Een lief kind.
Vaarwel, lief kind van me.
Als hij u liet gaan… lief kind, dan moet u vertrekken!
Lief kind.
Ze was een lief kind, maar ze bracht gevaarlijk volk mee.
Ik heb het niet meer, lief kind!" antwoordde lady Helena.
Lief kind.
Hij was zo'n lief kind.
Het was een lief kind.
Het was een lief kind.
Het spijt me, lief kind.
Je krijgt nog een geschenk, lief kind.
Jenny, Jenny is een lief kind.
Jenny, hij is een lief kind.
Het is een lief kind.
Je bent een lief kind.
Je was altijd zo'n lief kind.
je dat moest horen, lief kind.
Mijn lieverd, lief kind.
