Voorbeelden van het gebruik van Meegaan in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Maar daarna moet Ben bij ons blijven en meegaan naar Sun Valley.
Nu moet je echt met me meegaan.
Ik moet niet met u meegaan naar die donorenbrunch.
Eddie wil je met mij meegaan naar het damestoilet?
Hebt u haar laten meegaan?
Wil je met Adele meegaan?
Misschien moeten we meegaan.
Ik ben niet in de positie om te zeggen dat je kan meegaan.
Ik zou met jou moeten meegaan.
Vindt u het erg als we met u meegaan, baas?
Ik kan deze keer niet meegaan.
Wil je met hen meegaan morgen?
Je moet met Cary meegaan.
Jij moet met ons meegaan.
Kun jij met Remy meegaan?
Misschien is mijn vooruit met jou meegaan.
Ik hoor dat jullie meegaan naar het concert van het koor.
Ik moet met je meegaan.
Mag ik met jou meegaan?
Vanessa zou dus met jullie meegaan?